Posts tonen met het label Verhaaltje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Verhaaltje. Alle posts tonen

maandag 28 maart 2016

Zijn antwoord

Compleet verstijfd blijf ik zitten. Telefoon in de hand. Whatsapp nog geopend. In de verte klinkt het omroepsysteem. "Dames en heren, het volgende station is...", maar de woorden dringen niet tot me door. Het maakt ook niet meer uit. Met één simpel bericht is onze reis zojuist gestrand.

Het enige wat ik nog kan, is knipperen met mijn ogen. Dat doe ik dan ook veelvuldig. Open. Dicht. Open. Dicht.
Maar het staat er nog steeds.
Ik zet het beeldscherm uit en weer aan. Toets op de automatische piloot razendsnel de toegangscode in.
Maar het staat er nog steeds.
Het staat er echt.

Zodra het besef komt, wil ik gillen. Mijn telefoon wegsmijten. Ergens tegenaan schoppen. Gelukkig herinner ik me op tijd waar ik ben. In de tweede klas. Tussen studenten en forenzen. Twee bankjes verderop zit een moeder met haar zoontje. Ik wil niet dat zij aan hem moet uitleggen waarom die gekke mevrouw in de trein doordaaide.

Daarom doe ik het enige wat ik op dit moment kan zónder dat ik zeker weet dat ik er later spijt van krijg. Ik maak een screenshot van het gesprek en stuur het naar mijn beste vriendin. Geen bijschrift nodig.

Binnen enkele seconden komt er al een reactie: "Wat een lafaard." Iets met een spijker en een kop.

"Die zag ik niet aankomen," gaat ze verder. Ik ook niet. Dit keer niet. Voor eens heb ik me laten verleiden door zoete omhelzingen. Laten afleiden door smachtende woorden. Hij was het immers die al fluisterend in mijn oor zich afvroeg waarom zo'n leuk meisje geen vriend had.

Met slechts één simpel bericht zijn die woorden nu teniet gedaan. Alle momenten verloren gegaan. De trein raast verder en hij blijft achter in het verleden.

Ik wissel weer van gesprek en zonder te knipperen typ ik wat mijn laatste woorden aan hem zullen zijn. "Jij hebt nu in ieder geval wel je antwoord."

zondag 24 januari 2016

Het laatste stukje

Sam hield van puzzelen. Dat had ze altijd gedaan. Als kind al vond ze puzzels fascinerend. Samen met haar oma maakte ze de mooiste varianten. Dan ging ze uit logeren en weigerde ze naar huis te gaan voordat het laatste stukje zijn plek in het grote geheel had gevonden.

Het was ooit begonnen met honderd stukjes, maar met jaren werden niet alleen de uitdagingen, maar ook de puzzels groter. Net zolang totdat de verpleegsters amper nog oma's kamer binnen konden komen, omdat er 5000 stukjes op de vloer lagen.

En met de jaren werden niet alleen de rimpels op oma's gezicht, maar ook de gesprekken tijdens het leggen van de stukjes dieper. Dankzij oma's levenservaring en advies vielen niet alleen de fysieke, maar ook alle ontastbare stukjes op hun plek.

Maar net zoals de puzzels na voltooiing altijd weer uit elkaar gehaald moesten worden, bleek ook oma's leven niet oneindig. Daarna had Sam nooit meer gepuzzeld.

Totdat ze Jasper tegenkwam. Jasper was de mooiste en tegelijkertijd ook de moeilijkste puzzel, die ze ooit in haar handen had gehad. Zijn stukjes hadden bizarre vormen en kwamen dan ook van over de hele wereld. Uit ieder land waar hij was geweest, had hij een stukje mee terug genomen. Het ene nog fascinerender dan het andere.

Maar zonder oma's hulp lukte het Sam niet om alles op zijn plek te krijgen. Telkens als de puzzel bijna af was en ze dat ene laatste stukje op zijn plek wou leggen, werd alles in de war geschopt. Dan moest ze weer van voor af aan beginnen. En dat ene stukje - het stukje van Jaspers hart - bleek altijd weer te missen.

zondag 17 januari 2016

De waarheid

'Mis je hem nog wel eens?'

De blauwe ogen van mijn beste vriendin staren me vragend aan van boven een kop dampende thee. De geur van verse munt en honing heeft haar kleine appartement gevuld. Klein, maar perfect. In de keuken is haar vriend net begonnen aan het avondeten en op tafel staat het cadeautje dat ik heb meegebracht om hun eerste eigen plekje te vieren. Eigen, maar ook samen.

Haar vraag is simpel, maar toch overvalt hij me. Niet omdat ik moet nadenken over het antwoord, maar juist omdat ik niet moet nadenken over dit antwoord. En dat na al die tijd. 'Ja.' Het is de waarheid. De pijnlijke waarheid.

'Wat mis je het meest?'

Over die vraag moet ik wel nadenken. Wat mis ik niet? Ik mis alles. Zijn lach. Hoe hij mij aan het lachen maakte. Zijn kussen. Zijn omhelzingen. In slaap vallen in zijn armen. Lome zondagen in bed. Ontbijt op bed. Samen door de stad slenteren. Samen wijn drinken. Passages uit favoriete boeken aan elkaar voorlezen. Wakker worden met een lach in plaats van een ochtendhumeur. Gelukkig zijn. Voor het eerst verliefd zijn.

'Ik denk het gevoel dat hij me gaf,' concludeer ik. 'Dat heerlijke verliefde gevoel, waardoor je het idee hebt dat de wereld van jullie is. Dat alles je gestolen kan worden, zolang je maar samen bent.' Mijn woorden zijn nog zoeter dan de thee, maar wel waar. Ik zie de blik van mijn beste vriendin afdwalen richting de keuken. Daar staat haar grote liefde en ze weet precies waar ik het over heb. En ze weet dat hij het weet. Liefde kan ook mooi zijn.

'Maar tegelijkertijd mis ik het ook niet,' ga ik verder. 'Het gevoel van onzekerheid. Dat ik wist dat het nooit echt iets kon worden. De jaloezie. De ijdele hoop. Het nachtenlang wakker liggen.' Ik neem een slok van mijn thee en zucht. 'Ik ben beter af zonder hem.'

Ook dat is de waarheid. De pijnlijke waarheid.


2014.

maandag 19 oktober 2015

Niemand weet

"Jezus, ga je nog een keer doorrijden of wat?" Loes vloekte hardop naar de auto voor haar, een kleine Fiat die slechts 110 ging op de linkerbaan. Ze stelde zich voor dat Chris zich hier ook aan geërgerd zou hebben. Hij zou waarschijnlijk nog veel harder hebben zitten tieren. Hij was het ongeduldige type. Dat was een van de weinige dingen die ze over hem te weten was gekomen.

Eigenlijk wist Loes bijna niets van Chris. Ze wist niet wat zijn favoriete film was. Wat zijn lievelingseten was. Of het beste concert waar hij ooit bij was geweest. Laat staan dat ze wist waarom hij was verdwenen.

Loes had wel geprobeerd om dingen over hem te weten te komen. Ze had Chris bestookt met vragen, variërend van simpel tot complex. Waar ben je geboren? Wat is je ultieme vakantie? Waarom is het uitgegaan met je ex? Hij had echter, zodra het een beetje persoonlijk werd, alle vragen vakkundig weten te ontwijken. Dan leidde hij haar af met met zijn charmante lach en heerlijke kussen, net zolang totdat ze vergat dat ze eigenlijk nog op een antwoord wachtte.

Dit had Loes de afgelopen dagen aan iedereen duidelijk te maken, maar het feit dat ze Chris amper gekend had, stond men niet in de weg om haar te bestoken met vragen. Waar is hij gebleven? Wat is er met hem gebeurd? Keer op keer had ze geantwoord dat ze geen flauw idee had. Het enige wat ze had, was de pech om als laatste met hem gezien te zijn.

dinsdag 22 september 2015

Stormloop

Vandaag was ze gaan lopen. Rennen. Harder en verder dan ooit tevoren. Ze ging wel vaker hardlopen, maar dan gewoon omdat ze er zin in had. Vandaag had ze het echter nodig gehad. Ze had het nodig gehad om zichzelf helemaal kapot te laten gaan en zo haar gedachten naar de achtergrond te verdringen. Overleven was dan het enige wat nog telde.

Ze rende een andere route dan ze vroeger zou hebben gekozen. Een route zonder de geur van lavendel, die haar onbewust altijd aan hem deed denken. Een route waar ze nooit met hem samen had gelopen en lachend 'Wie het eerste thuis is!' had geroepen. Een route zonder herinneringen aan wat had kunnen zijn.

Waar de storm in haar hoofd enigszins begon af te zwakken na een paar kilometer, begon het noodweer in de verte juist snel op te trekken. Hevige donderwolken pakten zich samen en lieten ter waarschuwing alvast ongegeneerd liters regen naar beneden storten.

Binnen enkele seconden was ze compleet doorweekt. De muziek, die via haar telefoon naar haar oren werd gestuurd, begon te haperen en viel na enkele stuiptrekkingen zelfs helemaal weg. Het enige geluid was nu nog afkomstig van de kletterende regen en de inslaande bliksem.

Het noodweer was als de stier en zij rode lap. Hoe stug ze ook doorliep, de donder en de bliksem achtervolgden haar. Er was geen ontkomen aan. Haar eerste reflex was geweest om te proberen het voor te blijven, maar nu besefte ze dat je sommige dingen niet kon ontlopen. Dus besloot ze voor deze ene keer om stil te gaan staan en het allemaal maar gewoon over zich heen te laten komen.

maandag 24 augustus 2015

Hoe ver kun je gaan

Doorgaan. Wat er ook gebeurt, je moet altijd doorgaan. De eeuwige woorden van haar moeder weerklonken door Anna's hoofd. En zij had die woorden weer ingeprent gekregen van háár moeder. Altijd en eeuwig doorgaan.

Dus dat had Anna gedaan. Ze wist niet beter. Toen haar vader haar op negenjarige leeftijd in de steek had gelaten, was ze doorgegaan. Toen op haar eerste liefde ervandoor ging met haar beste vriendin, was ze doorgegaan. En zelfs toen haar oma, door wie ze praktisch was opgevoed, omdat haar moeder zo vaak nachtdienst had, overleed, was Anna doorgegaan. Ze had zichzelf destijds één huildag in bed gegund, maar voordat het etmaal voorbij was, had ze de stem van haar moeder alweer in haar achterhoofd gehoord. Doorgaan... Dus had ze zichzelf uit bed gesleept en was ze verder gegaan alsof er niets was gebeurd.

Terugdenken kwam niet in haar woordenboek voor. Het verleden was het verleden en daar veranderde je toch niets meer aan. Mijmeren over wat had kunnen zijn, was zonde van haar tijd. Alleen de toekomst telde. Vooruit. Ze moest altijd vooruit.

Maar nu kon ze niet meer. Ze was stilgevallen. Letterlijk. Hoe hard ze ook probeerde, haar benen kwamen niet meer in beweging. Zelfs met een teen wiebelen of haar hand uitstrekken naar haar telefoon was te veel. Het enige wat ze nog kon, was met haar ogen knippen. En terwijl ze haar oogleden sloot, probeerde Anna zich voor de geest te halen hoe ze hier was beland.

zondag 9 augustus 2015

Hoofd in de wolken

Het was al even geleden dat het donker zijn intrede had gedaan. Het enige licht was afkomstig van de regelmatig knipperende lampen op het uiteinde van de vleugels, waarop hij vanuit stoel 28F uitzicht had. In eerste instantie had hij de flitsen nog hoopvol aangezien voor onweer. De meeste mensen - inclusief de piloot, wiens taak het was om men veilig van de ene naar de andere wereldstad te brengen - zouden hem daarom voor gek verklaren. Hij kon er echter niets aan doen. Hij hield nou eenmaal van onweer. En vuurwerk. En al het andere waarmee je de hemel in vuur en vlam kon zetten.

Terwijl ze door de nacht reisden, raakte de arm van zijn anonieme, slapende buurvrouw per ongeluk de zijne. De plotselinge aanraking deed hem schrikken, maar daar had zij duidelijk geen last van. Haar zachte, regelmatige ademhaling vervolgde gewoon haar eigen ritme. Ook haar arm bleef daar, zacht tegen hem aan liggen. Het was alsof ze hem eraan wou herinneren dat hij maar twee keuzes had: Of de aanraking accepteren en haar dichterbij laten komen, of - zoals hij gewoonlijk deed - op veilig spelen en eraan proberen te ontkomen.

Nee, het ging inmiddels niet meer om de anonieme Mevrouw 28E, maar om iemand anders die afgelopen week nogal onstuimig zijn wereld was binnen gedonderd. Het was nieuw en spannend geweest, maar tegelijkertijd ook doodeng. Zij had hem laten lachen en genieten, maar tegelijkertijd ook slapeloze nachten bezorgd. Zij liet hem inzien hoe fijn samenzijn is, maar herinnerde hem tegelijkertijd aan de eenzaamheid van wanneer het weer voorbij zou zijn. Want - zo had het verleden hem geleerd - het ging altijd weer voorbij.

Zij had hem doen denken aan iemand uit zijn verleden. Iemand die voorbij was gegaan. Haar woorden, haar lach, haar lijf. In alles leken ze op elkaar, maar deze nieuwe zij was beter. Bij haar had hij nog niet de tijd gehad om de gebreken te ontdekken. De gebreken die in het begin klein en onbenullig leken, maar na verloop van tijd onoverkoombaar zouden blijken. En misschien nog wel het belangrijkste: zij had ook nog geen tijd gehad om zijn gebreken te ontdekken.

Hij staarde naar de knipperende lichten op de vleugel. Inmiddels was hij duizenden kilometers bij haar vandaan, maar ze was in gedachten nog steeds bij hem. Misschien moest hij dit keer de aanraking niet uit de weg gaan en haar dichterbij laten komen. Met zijn hoofd in de wolken besefte hij dat het dit keer misschien geen ramp, maar juist een privilege zou zijn om elkaars gebreken te mogen ontdekken.

zondag 26 juli 2015

'Hij laat me dromen'

Terwijl we naar de auto lopen, pakt hij ineens mijn hand. De onverwachte aanraking zorgt ervoor dat mijn hart een sprongetje maakt. Voor een buitenstaander lijkt het misschien slechts een simpel en klein gebaar, maar wij weten allebei dat het fout is. En toch doen we het.

Hoe we hier beland zijn, weet ik eigenlijk niet. Het maakt me ook niet zoveel uit. Ik ben hier samen met hem - eindelijk - en dat is het enige wat telt. Iedere zenuw in mijn lijf tintelt en ik geniet van zijn heerlijke geur, nu hij zo dichtbij is. Hand-in-hand lopen we verder in een moment dat van mij voor eeuwig mag duren. Want zodra het voorbij is, zal het nooit meer terugkeren.

Hij zegt iets waardoor ik moet lachen. Ik houd van de manier waarop dat hem telkens lukt. Hij maakt me vrolijk. Hij laat me dromen. Hij doet me geloven. Zou hij zich daar ook bewust van zijn? Zou hij weten wat hij met me doet?

Dan drukt hij zachtjes een kus op mijn haar. Wederom een simpel en klein gebaar, maar het is veel meer dan ik ooit van hem had verwacht. Had durven hopen. Verbaasd kijk ik naar hem op. Onze ogen ontmoeten elkaar en ik houd zijn blik vast. Die verraadt dat we beiden hetzelfde willen. Hetzelfde voelen.

maandag 5 januari 2015

Licht

Onder een eenzame lantaarnpaal parkeer ik mijn auto. Om ons heen is het pikdonker. Ik sta op een plek waar ik eigenlijk niet mag staan, maar 's nachts boeit me dat niet. Ik wil hier snel weer weg kunnen, als het moet. Als het kan.

Het is een ijskoude nacht. Ik heb het display op het dashboard niet nodig om te weten dat de temperatuur onder het nulpunt ligt. Ik voel het aan mijn bibberende vingers, mijn droge huid en mijn gespleten lippen. Het is een nacht om snel weer te vergeten. Maar dag of nacht, zomer of winter, dit is nooit een plek om aan terug te denken.

Ik wacht in de auto, terwijl mijn moeder naar binnen gaat om te halen wat we nodig hebben. Ik heb in het verleden al te veel tijd doorgebracht in dat gebouw. Iedere minuut daarbinnen is er één te veel. Daar kunnen geen heliumballonnen of softijsjes tegenop.

Vanaf mijn plek in het donker zie ik verschillende mensen naar binnen gaan of juist naar buiten komen. Ondanks het late tijdstip ademt het gebouw nog en branden er verbazingwekkend veel lichten achter de ramen. Onwillekeurig gaat er een gedachte door mij heen. De gedachte dat sommige mensen daarbinnen minder geluk hebben. Ze stoppen met ademen en hun licht gaat uit.