maandag 30 mei 2011

Lovely Music: At the Disco

Soms hoor je wel eens een liedje dat zo mooi is dat het je ineens raakt en niet meer los laat. Begrijp je wat ik bedoel? Ik had dit bijvoorbeeld met Ordinary People van John Legend en Someone Like You van Adele.

Afgelopen weekend hoorde ik At the Disco van Rachel Louise voor het eerst op de radio. En dat is er dus weer zo een die mij niet los laat. Echt heel mooi...


zaterdag 28 mei 2011

1 Deukje, 6 ½ auto’s en 500 duiven

Ineens schoot het me te binnen: ik heb al bijna een jaar mijn rijbewijs. En godzijdank heb ik hem nog steeds. Ik rij echter al heel wat langer dan een jaar, aangezien ik niet bijster veel talent toonde tijdens mijn rijlessen. Mijn vader was er bijna failliet aan gegaan. Tsja, dat krijg je ervan als je een belofte doet. Bij ons thuis geldt namelijk: tot je achttiende niet roken = een gratis rijbewijs. Roken was in mijn geval zeker een stuk goedkoper geweest. Maar goed, ik heb nu dus een jaar mijn rijbewijs. Tijd voor een feestje (ik zeg: TAART!) en de cijfers:

0 = Het aantal boetes dat ik heb gehad. En nou niet gelijk denken dat ik als een oud omaatje rijd. Ik heb gewoon talent om op tijd te remmen voor flitspalen.

0 = Het aantal ongelukken dat ik heb veroorzaakt. En dat ga ik zo houden, hoe hard mijn zus ook roept dat ik een gevaar op de weg ben.

1 = Het aantal deukjes in bumper van mijn vaders auto. Wat overigens niet mijn schuld was, het paaltje stond duidelijk in de weg.

1 = Het aantal keer langs de weg heb gestaan doordat de auto er halverwege mee op hield. Toen heb ik heel heldhaftig een monteur gebeld, omdat ik niet wist wat het knipperende lampje betekende.

6 ½ = Het aantal verschillende auto’s waarin ik heb gereden. Die halve staat voor een oeroude huurauto die ik meekreeg na bovenstaand met-je-auto-langs-de-weg-staan-incident. Het barrel stamde uit de tijd dat een toerenteller nog een luxe was. En daar waar ooit de radio zat bungelden nu alleen nog een paar zielige draadjes.

500 = Het aantal duiven die ik bijna plat heb gereden. Let op: dit is slechts een ruwe schatting, het kunnen er net zo goed 1000 zijn.

Op naar jaar twee. Hopelijk kan ik dit lijstje dan uitbreiden met: 1 = Het aantal gele Mini Cooper Cabrio’s die van mij zijn.


N.B. Ik werd er zojuist door schoonbroer T. op gewezen dat ik wél een boete heb gehad. Het was een hele lullige parkeerboete, omdat zus S. en ik waren vergeten een parkeerkaartje te kopen. Dat kwam waarschijnlijk doordat we in shock waren nadat ik zomaar de auto in één keer goed geparkeerd had.

vrijdag 20 mei 2011

Smoelpaper

Heugelijk nieuws: ook ik heb nu Facebook. Wat daar dan zo heugelijk aan is? Dat weet ik eigenlijk niet. Maar tot vandaag had ik dus geen Facebook. Hoe dat kan? Geen flauw idee.

Het is niet dat ik de afgelopen vijf jaar onder een steen heb geleefd. Ik heb bijvoorbeeld wel Twitter (wat ik über hip vind van mezelf). En Hyves natuurlijk (niet dat ik dat ooit nog gebruik, maar het gaat om het idee).

Afgelopen week besefte ik me dat het zo echt niet langer kon. Ik kan echt niet meer achterblijven. Zelfs Theo en Victor (van Draadstaal) hebben Facebook. Of Smoelpaper, zoals ze dat op z’n Brabants noemen.


Hoog tijd dus voor mij oven even mijn eigen Smoelpaper aan te maken. Tenminste, dat dacht ik. Eén probleem: ik snap er niks van. Wat is porren? Waar zit dat prikbord verstopt? Waarom lukt het niet om het te koppelen aan Twitter? Ik ben blijkbaar toch niet zo 2.0 als ik dacht.

Nu ben ik dringend op zoek naar Facebookvriendjes. Anders staat het ook zo sneu, met slechts vijf vrienden. Alleen ga hier ik ook weer over twijfelen. Mag je op Facebook ook mensen als vriend toevoegen als je ze al een jaar niet meer gezien hebt? Gelden mensen die in het dagelijks leven “kennissen” zijn op Facebook als vrienden? Pfff… wat een drama.

Ik denk dat ik dus maar wacht op de cursus Smoelpaper Voor Beginners.


maandag 16 mei 2011

"Kedeng kedeng, kedeng kedeng, OEHOE!!"

Ik zal het maar meteen bekennen: ik ben fan van Guus Meeuwis. Ik was zelfs al fan van Guus toen ik nog maar vijf jaar oud was. Zus S., toen zeven, en ik mochten toen allebei een cd uitkiezen. Mijn eerste echte cd. En wat koos ik? De cd van Sugar Lee Hooper (“Jo met de banjo. Mien met de mandoline. En Kaatje met haar mondharmonicaatje…”). Je begrijpt dat ik me daar nu kapot voor schaam.

Zus S. had gelukkig een betere muzieksmaak en koos voor de cd van Guus Meeuwis. Sindsdien ben ik fan. De cd werd natuurlijk gelijk overgezet op een cassettebandje (ja, die bestonden toen nog). Bandje in je walkman en je kunt je urenlang vermaken op de achterbank op weg naar Frankrijk. De hele reis hebben we meegezongen: Kedeng kedeng, kedeng kedeng, OEHOE!!(Pap, mam, nog sorry daarvoor).

Ik ben gelukkig over mijn Sugar Lee Hooper-fase heen gegroeid, maar ik ben wel nog altijd fan van Guus Meeuwis. Hoewel ik dat niet altijd heb durven toe te geven. Het is namelijk niet echt cool om tussen je 12e en 15e mee te zingen met “Het is een nacht die je normaal alleen in fillems ziet…”. Vanaf je 16e wordt Guus echter weer leuk (zeker in combinatie met een biertje ;).

Guus was er zelfs bij toen ik in de vijfde klas met school tien dagen naar Rome ging. Hele dagen liepen wij door Rome te slenteren terwijl we kei hard Brabant zongen (Ge bent unne echte Bosschenaar of nie waoh).

Vorig jaar heb ik Guus voor het eerst live gezien. Eerst in het Theater aan de Parade. Later in het Philips Stadion bij ‘Groots met een zachte G’. Dat was echt een feestje. Zelfs zusje D. stond kei hard mee te blèren met Ik wil je. Blijf bij me. Hou van me. Ga nooit meer weg!”. Toen waren S. en ik toch even twee trotse oudere zussen.

Dit jaar ga ik weer naar ‘Groots’. Dit maal met (hoofdsponsoren) papa en mama. Voor hen is het de eerste keer naar Guus. Hoog tijd dus om hen een spoedcursus ‘meeblèren met Guus’ te geven. Kijken wat er is blijven hangen van al die uren op weg naar Frankrijk. Kedeng kedeng, kedeng kedeng, OEHOE!!" 


donderdag 12 mei 2011

Shoeaholic

Dat ik dol ben op schoenen komt vast niet als een verassing voor jullie. Ik geloof alleen dat ik me de laatste tijd iets te veel heb laten gaan. Ik weet niet of shoeaholic een officieel bestaand woord is, maar als het bestaat, dan is het op mij van toepassing.

Zelfs de vriend van mijn zus, schoonbroer T., is het op gaan vallen. Hij: “Hé, heb je alwéér nieuwe schoenen?” Ik: “Nee hoor, die heb ik al twee weken.” Nou, dan weet je wel hoe erg het met mij gesteld is.

Mijn schoenenrek begint inmiddels ook enorm uit te puilen. Tijd om te ruimen dus. Maar dat kan ik dan eigenlijk weer niet. Bij ieder paar schoenen, dat ik al een jaar niet meer heb gedragen, denk ik dat ze toch ooit nog wel van pas zullen komen. Hetzelfde probleem heb ik met kleren (“deze spijkerbroek is dan wel lelijk, oud, kapot en te klein, maar hij is vast nog wel handig als ik een keer op survivalweekend moet”).

Daarnaast heb ik ook altijd de neiging om schoenen te kopen die verrekte pijn doen en waar ik eigenlijk helemaal niet op kan lopen. In de winkel weet ik mezelf altijd voor de gek te houden met de gedachte dat ze gewoon nog ingelopen moeten worden en dat het met een paar blarenpleisters vast allemaal wel goed zal komen. Nou kunnen blarenpleisters veel, maar ook die kunnen niet op tegen spotgoedkope H&M pumps met 10 cm hak.

Nu mag ik eigenlijk van mezelf de hele zomer geen nieuwe schoenen meer kopen. Alleen heb ik zo’n vermoeden dat ik dat nooit ga redden. Er is dus maar een oplossing: mijn zus uit huis pesten, zodat ik van haar kamer een inloopkast kan maken. HA.